Als particuliere belastingbetaler heeft u er vast eerder over gehoord: de manier waarop de Belastingdienst vermogen belast (in Box 3) moet van de rechter veranderen. Als eigenaar van langdurig verpachte grond, of als eigenaar van een NSW-landgoed, kunnen de huidige voorstellen voor de nieuwe Wet Werkelijk Rendement negatief voor u uitpakken. Verschillende organisaties zoals de FPG en de VPHB zijn daarom in gesprek met het Ministerie van Financiën om hen te wijzen op mogelijk onbedoelde effecten. Onderstaand legt rentmeester Hidde van Kerssen twee mogelijke effecten uit, maar eerst een stukje achtergrondinformatie.

Wat is het werkelijke rendement uit vermogen?
De Wet Werkelijk Rendement moet ingaan in 2028. Tot die tijd wordt vermogen belast met een fictief rendement. Voor 2026 is dat gezet op 6%. Op drie verschillende manieren kan door de Belastingdienst belasting worden geheven op het werkelijke rendement uit vermogen.
- Direct rendement: bijvoorbeeld de inkomsten uit rente, huur of pacht.
- Vermogenswinst, geheven bij realisatie: bijvoorbeeld de daadwerkelijke winst die u bij verkoop realiseert op de gestegen waarde van vastgoed of grond.
- Vermogensaanwas, geheven ook zonder realisatie: bijvoorbeeld de boekwinst die u op papier maakt op de (in een kalenderjaar) gestegen nominale waarde van aandelen, ook zonder dat deze worden verkocht.
De voorstellen voor de nieuwe wet gaan uit van een combinatie van belasting op direct rendement, plus een heffing op de vermogenswinst van onroerend goed, plus een heffing op de vermogensaanwas voor ander vermogen dan onroerend goed. Nota bene: realisatie kan verkoop betekenen, maar ook verkrijging door schenking of vererving, of verdeling van een boedel bij scheiding. Bij verkoop is er een bedrag beschikbaar waaruit de heffing kan worden betaald, maar in de andere gevallen is dat vaak niet zo. Juist daar zit het knelpunt: de noodzaak om liquide middelen te genereren voor het betalen van de vermogenswinstbelasting, kan (onbedoeld) leiden tot gedwongen verkoop van onroerend goed.

Effecten voor langdurig verpachte grond

Voorstelbaar is dat de effecten van deze voorstellen het grootst zijn bij langjarige pachtrelaties: juist over een lange looptijd is de waardestijging het grootst. Maar bij schenking of overdracht aan een volgende generatie binnen dezelfde familie zijn er geen liquide middelen om de belasting op de waardevermeerdering te voldoen. Dit kan leiden tot gedwongen verkoop, waarvan juist de nieuwe generatie jonge boeren de dupe zijn. Organisaties als de FPG vrezen ook dat het langdurig verpachten van landbouwgrond hierdoor onaantrekkelijker wordt, wat juist nodig is om investeringen in duurzaam grondgebruik extensivering en natuur-inclusief ondernemen te stimuleren.
Effecten voor NSW-landgoederen
Eenzelfde effect treft NSW-landgoederen. Vermogenswinst zal ook betaald moeten worden over de waardestijging van bebouwing op een NSW-landgoed, niet zijnde de eigen woning. Dit pakt extra nadelig uit, omdat tot aan het moment van realisatie de waarde werd bepaald door de (lagere) bestemmingswaarde. Het verschil bij realisatie ten opzichte van de marktwaarde zou in de huidige voorstellen voor NSW-opstallen dus groter zijn dan bij opstallen buiten NSW-landgoederen.

In strijd met de Natuurschoonwet 1928
De huidige voorstellen bevatten (nog) geen vrijstelling voor vastgoed op NSW-landgoederen: als gedwongen verkoop het gevolg is van deze nieuwe regels, dan is het effect contrair aan de Natuurschoonwet 1928, die juist versnippering beoogt te voorkomen. De nieuwe Wet Werkelijk Rendement zou in 2028 moeten ingaan, precies het jaar waarin we het 100-jarig bestaan zouden vieren van de Natuurschoonwet 1928.
Wat kunt u doen?
U doet er verstandig aan u tijdig goed te laten voorlichten. Elke situatie is uniek. Bespreek uw specifieke situatie met onze rentmeester Arthur Jansen of Hidde van Kersen. Samen met uw fiscalist kan hij uw situatie tijdig beoordelen zodat u goed voorbereid bent op mogelijke wijzigingen. De huidige regels en de nieuwe voorstellen bevatten tal van criteria en uitzonderingen die op uw situatie van toepassing kunnen zijn. Weest u zich ervan bewust dat de wetsvoorstellen nu nog in beweging zijn, er kunnen dus nog zaken veranderen.










