Liefde voor monumenten en landgoederen.

Zoek
/
Portfolio
/
Het Proosdijpark van Meerssen

Subsidieaanvraag onderhoud monumentaal Proosdijpark van Meerssen

‘De Proosdij’ is oorspronkelijk een instelling van de Sint Bartholomeuskerk van Meerssen en het daarnaast gelegen Proosdijkasteel. Voor het Proosdijpark wordt door Klement Rentmeesters deze winter de aanvraag verzorgd voor de Subsidie Instandhouding Monumenten. We noemen het de SIM-groen als het gaat om tuinen en parken.

Deze subsidie heeft een looptijd van zes jaar en geeft recht op 60% steun op onderhoudskosten. Het is een precies klusje om de juiste elementen aan te wijzen en alle werkzaamheden te plannen over deze hele periode. Femke Pakbier waagt zich er graag aan, onze specialist voor alle groene vraagstukken.

Deze subsidieaanvraag is tegelijkertijd een interessante analyse over de huidige staat van het park waarbij een breed historisch onderzoek essentieel is. Het gaat er om de authentieke onderdelen in kaart te brengen en alle elementen kernwaardes te geven.

Het landgoed behorende bij de basiliek is al honderden jaren oud, het had in het begin een formele aanleg; heel netjes en strak volgens de Franse stijl. Aan het eind van de 18e eeuw kreeg het park een publieke functie en werd het ontwerp omgevormd tot Engelse landschapsstijl. In de jaren dertig werd het Proosdijkasteel afgebroken en er tegelijkertijd een zusterklooster gebouwd. De stenen ‘folly-brug’ in het park is gemaakt van brokstukken van het kasteeltje. Tegenwoordig is het klooster getransformeerd tot een appartementencomplex en staat er hoge nieuwbouw rond het park. Dit stadspark aan de voet van de basiliek is wat extra aandacht zeker waard.

Het tuinhistorisch onderzoek

Femke Pakbier verzorgde de SIM-groen opname van het Proosdijpark in Meerssen. Er zijn verschillende regels en vereiste documenten om voor deze subsidie in aanmerking te komen. De regeling geldt alleen voor die onderdelen die prioriteit kernwaarde één hebben en binnen de structuur vallen van de oorspronkelijk aanleg.

Begint het werk bij het begin, bij de historische wortels van het park?

‘‘Eigenlijk wel. Allereerst verzamel ik zoveel mogelijk historische gegevens, en bepaal ik welke onderdelen van het park prioriteit krijgen volgens de restricties van de SIM. Daarvoor is het belangrijk precies te weten welke bomen en struiken, heesters solitair, in groepen of hagen hagen bij het oorspronkelijk ontwerp horen. Soms is er al een tuinhistorisch onderzoek uitgevoerd. In het geval van het Proosdijpark is er in het verleden door een ander bureau een onderzoek uitgevoerd vanwege de renovatie van het park. Daarbij werd onder andere het glooiend karakter beter benadrukt. Ze hebben geprobeerd de inrichting weer terug te brengen naar de oorspronkelijke gedachte,’’ vertelt Femke.

‘‘Als er geen tuinhistorisch onderzoek bestaat moeten we zelf uitzoeken wat het authentieke ontwerp was aan de hand van oude kaarten, oude foto’s, beschrijvingen en de plaatsen van de oudste bomen. Mijn collega landschapsarchitect Monique Wolak kan in het veld precies aflezen wat eraan voorafging. Ze ziet aan een haagje hoe oud deze is en hoe die vroeger is aangelegd, of die inderdaad op de logische plek staat. Bij de SIM-groen van Buitenplaats Frymerson bijvoorbeeld heeft Monique als apart onderdeel van de SIM-aanvraag een tuinhistorische verkenning gemaakt. Soms heb je die informatie niet. Zoals bij kasteel Blankenberg, een SIM-opname van vorig jaar. Daar heb ik alles zelf mogen uitvogelen, als er dan heel veel bomen staan is dat best veel werk!’’

Waar moet je op letten tijdens het locatiebezoek?

Het is niet zomaar een wandelingetje door het park en bovendien regende het toen Femke Pakbier het Proosdijpark inspecteerde. Als ze op locatie arriveert begint ze altijd direct; al van een afstand observeert ze de ligging en conditie nauwkeurig. Ze tekent ter plaatse de bomen in op een kaart. Van de hagen tot heesters, wandelpaden, de waterhuishouding, álle elementen.

Ze maakt notities van allerlei bevindingen en heel veel foto’s. ‘‘Soms wel 400 tijdens een opname. Dankzij de foto’s kan ik er bij het opstellen van het rapport nogmaals doorheen lopen. Vijf platanen bij de entree, de egaliteit van de paden, die ene stam met dat rare plekje.’’ Legt Femke uit. ‘‘Aan de hand van de hoogte en dikte van de boomstam weet ik in welke categorie ik ze moet plaatsen. Daarna teken ik met het programma QGIS de onderdelen precies in de juiste afmetingen in. Als ondergrond bij de kaart gebruik ik luchtfoto’s. Hierin kan ik de lengtes en oppervlaktes van bepaalde elementen bepalen. Gazon, water, heesterborders etc., die ga ik niet in het veld met een meetlint allemaal opmeten, dat duurt te lang”, aldus Femke.

Op de kaart komt de hoofdstructuur van het hele gebied in beeld met de begrenzingen erop. Uiteindelijk moeten in de begroting alle gegevens en afmetingen worden ingevuld. Hoeveel oppervlakte aan gras is er te maaien? Hoeveel bomen gaan we snoeien per jaar? Voor de subsidieaanvraag heeft het allemaal met de hoeveelheden te maken.

Divers regulier onderhoud komt meermaals per jaar terug “Bladval ruimen bijvoorbeeld wordt binnen de regeling twee keer per jaar vergoed. In het Proosdijpark denk ik dat er in de herfst wel eens per twee weken een bladblazer komt. Dit zal niet telkens vergoed kunnen worden, maar het is wel belangrijk dat het regelmatig gebeurt. Hetzelfde geldt voor maaien, in de zomer een heel regulier klusje. Volgens de SIM mag dit jaarlijks maar tweemaal worden meegeteld in de begroting. In de werkomschrijving noem ik wel de noodzakelijke frequentie van het maaien, wat veel vaker is om het gazon eruit te laten zien zoals het hoort bij een stadspark.’’  De SIM is gericht op sober en doelmatig onderhoud.

Hoort zorg voor de dieren uit het park ook bij deze opname?

‘‘Het stadspark van Meerssen is opvallend populair onder de watervogels; er waggelen eenden en ganzen rond. Dat komt natuurlijk omdat ze gevoerd worden. Het is ook prachtig om een koppel zwanen te zien in de vijver! Wat ik in ieder geval doe is de condities en de effecten van de aanwezige dieren analyseren. Wat me opviel aan de oever van de vijver was dat de mergelrand was afgekalfd. Als het nat en drassig is trappelen de watervogels met hun vliezen de grasoevers kapot. Dat is logisch in dit jaargetijde, alhoewel het normaal kouder zou zijn en er vaker sneeuw zou liggen die vegetatie in de winter beschermt. Het onderhouden van de oever neem ik in de begroting op voor meerdere momenten in de subsidielooptijd van zes jaar.

Bevers komen voor in veel grachten en sloten. Als dat een probleem zou vormen in het Proosdijpark mag er bijvoorbeeld bij het inboeten van een nieuwe boom als bescherming tegen vraatschade een hekje rond de stam geplaatst worden. Als de bomen al volgroeid zijn en er zou dán nog een boomkorf geplaatst dienen te worden, dan valt dit niet onder de subsidiabele kosten van de SIM-regeling.’’

Het klinkt als een hele organisatie, wat vindt de gemeente ervan?

“Er is altijd veel werk aan stadparken, maar ze vormen dan ook wel een prachtig middelpunt van een dorp en stad, een heel essentieel onderdeel voor talloze redenen. Omdat het park openbaar is, en er vele dagelijkse rondjes gelopen worden is het heel belangrijk nauwkeurig en regelmatig onderhoud uit te voeren volgens een deskundig plan. Het politieke draagvlak voor goed beheer van het Proosdijpark is groot”.

In het park staat een ginkgo, een judasboom en moerascipres, is dat normaal?

‘‘Sommige bomen in het park zijn niet inheems. Het zijn exoten die zijn aangeplant, dat deden ze vroeger uit interesse of ook wel als statussymbool. De ginkgo is een Japanse notenboom, de judasboom heeft knalroze bloesem en de moerascipres komt voor in Amerika. Er staat ook een kleine ceder, een groep kersenbomen en een tulpenboom in het park.

Sommige bomen zijn heel mooi en zijn echt een toevoeging voor het park. De exotische soorten van het Proosdijpark horen bij het oorspronkelijk ontwerp. Als er iets aan de hand zou zijn met een van de bomen of borders, dan zouden ze vervangen mogen worden volgens de SIM-regeling.’’

Wat is de procedure voor de bouwwerken in het Proosdijpark?

In het park staat een prachtige gloriëtte, een theekoepel uit 1890. Het park is klassiek van karakter met hele romantische oude elementen, drie oude ingangen, pilasters, een gedenkmonument en de oude folly-brug. ‘‘Voor deze bouwwerken werd de opname gedaan door mijn collega Mariëtte Horsch. Zij is bouwkundige en doet de opnames van de Subsidie Instandhouding Monumenten, de ‘SIM-rood’.’’

Voor het Proosdijpark stelde Femke voor al het levende, en Mariëtte voor de bouwsels een inspectierapport op met een nauwkeurige werkbeschrijving. Dit is een soort handleiding met tijdsverdeling per jaar, zes jaar lang. Op basis van deze documenten wordt de begroting opgesteld waaruit het bedrag volgt; de basis waaruit het subsidiebedrag wordt berekend.

‘‘Deze resultaten en de werkomschrijving leggen we de opdrachtgever in concept voor, in dit geval gemeente Meerssen. Alles wat ingediend is moet volgens het RCE namelijk wél echt uitgevoerd worden, want er is budget voor vrijgegeven. Daarom stemmen we altijd met de eigenaar af wat haalbaar is. Als we de subsidieaanvraag indienen is het even wachten op de beschikking.’’

Klement Rentmeesters kan ook de gehele directie voeren. Het realiseren van het onderhoudsplan kan dan volledig uit handen worden genomen, indien wenselijk voor de klant. ‘‘We selecteren in dat geval hoveniers of aannemers in het geval van de ‘SIM-rood’ voor gebouwen. Deze dienst directievoering bieden we aan omdat er opdrachtgevers zijn die zich afvragen, ‘nu heb ik dat hele inspectierapport en werkplan, maar waar moet ik beginnen?’ Voor de aansturing van alle groene zaken is mijn collega Monique Wolak heel goed,’’ noemt Femke. ‘’Zij kan alle praktische zaken organiseren. We kunnen ook de begeleiding verzorgen voor onderhoudswerkzaamheden aan tuinen en zowel aan gebouwen. In hoeverre onze diensten gevraagd worden is geheel afhankelijk van de opdrachtgevers. Gemeentes hebben bijvoorbeeld zelf al een buitendienst.’’

Heb je zelf een expliciete visie over parken en tuinhistorie?

‘‘Zelf vind ik het Proosdijpark een heel mooi stadspark. Wat jammer is dat er vrij hoge nieuwbouw dicht bij de basiliek gebouwd is en rond het speelveld. Sinds een poosje is ook de oude basisschool zonder functie en ligt deze als blok in het park. Daar zal hopelijk een goede oplossing voor gevonden worden. Monique Wolak is landschapsarchitect en heeft een brede visie over het wel en wee van tuinen en parken. Ze zou op deze vraag uitgebreid antwoord geven. Haar mening is gevormd door de ervaring met alle soorten landschapsstijlen en heel veel historisch onderzoek, van stadsparken in Nederland tot National Trust-tuinen in Engeland.’’

Wat zou je veranderen als je het toch voor het zeggen had?

Wilde bloemen

‘‘Van origine ben ik een natuurmens, de historische tuinen en parken zijn altijd heel netjes. Dat moet ook wel, gras als een biljartlaken, de borders waterpas. Van mij zou het wat afwisselender mogen,’’ geeft Femke toe, ‘‘laat bijvoorbeeld een strook gazon groeien en er wilde bloemen de kans geven, dan is er ook voor de insecten meer aanbod.’’

Dode bomen

‘‘Als een boom heel oud is takelt die af, als een boom ziek is gaan takken dood, dan breken die uit, scheuren. Spechten kiezen vaak de boom in slechte conditie uit, dat is makkelijker voor hen. Wanneer een boom dode eindloten heeft, afbladderend schors, veel holtes, zal deze uiteindelijk sterven en omvallen. Wat ze gelukkig tegenwoordig vaker doen is een boom in slechte conditie kandelaberen; de takken afzagen waardoor de stam zonder gewicht rechtop blijft staan. Dan blijft de dode boom zonder gevaar overeind en kunnen spechten, marters, vleermuizen en insecten ervan profiteren. Dood hout is een goede voedingsbodem voor planten, schimmels en paddenstoelen. Zo hoort het te gaan, dood doet leven.’

De Erfgoed Inside is onze nieuwsbrief met informatie over subsidies, adviezen over onderhoud en mooie verhalen over monumenten.
Nieuw aanbod te koop of te huur ontvangt u als eerste via onze Exclusieve Preview! 

Meld u hier aan

> Al meer dan 6.000 mensen gingen u voor
chevron-down